Wanneer kan je kind beginnen met sporten?

Als kinderen klein zijn bewegen ze spelenderwijs: tikkertje, touwtje springen, straatvoetbal of stoeien. Kinderen tot acht jaar kunnen nog niet zo heel goed tegen hun verlies, daarom kan het beter zijn om ze tot die leeftijd nog niet mee te laten doen aan competitieve sporten. De kans is anders groot dat ze afhaken omdat ze het niet meer leuk vinden. Maar dat wil niet zeggen dat ze niet op een sportclub kunnen! Ook al rennen en bewegen kinderen meer dan volwassenen, toch is het goed als een kind aan sport doet. Door computerspelletjes of tv kijken zijn kinderen vaker achter een scherm te vinden. Om ze actief te houden is het geen gek idee om je kind aan een sport te laten doen. Driejarigen kunnen hun energie al kwijt in kleutersport of –gym. De meeste sporten kunnen kinderen vanaf vijf jaar al doen. Denk aan een vechtsport, een balsport of zwemmen.

Zo maak je een keuze

Voetbal, tennis, atletiek, zwemmen, schaatsen, judo, ballet, hockey: welke keuze wordt het voor je kind? Het probleem is vaak dat kinderen alles wel leuk lijken te vinden. Voor een paar weken tenminste, daarna willen ze weer wat anders. Ga daarom eerst eens met je kind naar een kennismakingsdag op een sportvereniging. Op die manier kun je uitvinden of de sport wel echt iets is voor je zoon of dochter, zonder dat je meteen een voetbaloutfit of schaatspak hoeft aan te schaffen. Kijk ook zelf goed wat voor sport bij het karakter van je kind past. Een verlegen kind heeft er misschien veel baat bij om aan een teamsport te doen om te leren samenspelen. Een hyperactief kind kan het moeilijk vinden om zijn aandacht bij een team te houden en komt bij een individuele sport als atletiek of zwemmen misschien beter uit de verf. Kinderen die motorisch wat onhandig zijn, leren op een verdedigingssport om soepeler en zelfverzekerder te worden. Maar welke sport je kind ook doet: laat ze zelf kiezen, want dan is de kans groot dat ze er jaren mee doorgaan omdat ze er lol in hebben en niet omdat ze van hun ouders moeten.

Voorkom blessures

Kinderen zijn nog in de groei, en omdat ze nog klein zijn maakt dat ze kwetsbaarder voor blessures of overbelasting. Voor jonge kinderen is het nog moeilijk in te schatten waar hun grens ligt. Het is dus aan de ouders om in de gaten te houden of een pijntje aanhoudt of belastend wordt. Jut een kind nooit op om over zijn grens te gaan. Het allerbelangrijkste is dat een kind het leuk vindt om te sporten. Schoenen die te klein zijn of versleten zijn, moeten vervangen worden. Te lang doorsporten op te kleine of versleten schoenen kunnen blessures veroorzaken.

Vergroot het zelfvertrouwen van een kind

Sport is voor kinderen een manier om spelenderwijs iets te leren. Wat mooi meegenomen is, is dat ze die vaardigheden ook daarbuiten kunnen toepassen. Denk aan leren omgaan met tegenslagen en verlies, initiatief en verantwoordelijkheid nemen, wennen aan feedback, leren regels en grenzen te volgen, zelfvertrouwen ontwikkelen en omgaan met je emoties. Door te sporten, ontwikkelen kinderen zich ook op andere vlakken en ze leren van hun fouten. Sporten doen kinderen bijna altijd samen, en samen sporten versterkt het groepsgevoel. Vooral jongeren hebben een grote behoefte om ergens bij te horen, en teamgenootjes vergroten vaak elkaars zelfvertrouwen door de ander aan te moedigen.

Geen geld is geen bezwaar

Nederland is één van de rijkste landen ter wereld, en toch groeien 1 op 9 kinderen op in een gezin dat moet rondkomen van een bestaansminimum. Dan is sporten wel het laatste waar je als ouder je geld aan uit kunt geven. Maar deze kinderen lopen zo veel lol mis die voor hun leeftijdsgenootjes vanzelfsprekend is. Sporten is voor alle kinderen een manier om hun energie kwijt te raken. Sporten verkleint de kans om buiten de boot te vallen in een groep en negatief gedrag te ontwikkelen. Daarom biedt het Jeugdsportfonds kinderen een kans om toch te sporten, omdat alle kinderen de mogelijkheid moeten hebben om lid te worden van een sportvereniging of om sportattributen aan te schaffen.